Waarom wij ons nu naakt aankleden

Er zijn dingen, die achteraf niet meer zo eenvoudig te verklaren zijn. In het bijzonder wanneer het om de oude vraag gaat, waarom de mens zijn vel verloor. Met de ironische slagzin “I’d rather go naked than wear a fur” protesteerde een paar jaar geleden de dierenbeschermingsorganisatie Peta met behulp van een reclamecampagne en naakte topmodellen tegen het dragen van pels. Een van de laatste hypotheses over het feit dat het statige vel van de mensen degenereerde tot de ongeliefde lichaamsbeharing waarmee wij vandaag de dag zijn gezegend, klinkt vergelijkbaar. Zij luidt, dat wij mensen er al meer dan een miljoen jaar geleden mee begonnen zijn, huid te tonen. Vlooien, teken en luizen zaten onze soort zo dwars, dat zij in zekere zin uit hygiënische gronden de pels aflegde. Vanaf dat moment, volgens een team Britse wetenschappers, gold het als chique en aantrekkelijk, naakte huid te tonen. Want kennelijk werd bij de partnerkeuze aan de “naakte aap” de voorkeur gegeven, wat hem bij zijn triomftocht over de wereld kan hebben geholpen.
Sindsdien is er echter veel gebeurd. Om de nu voor hitte en kou gevoelig geworden lichaamsdelen te beschermen werd kleding inclusief een slim uitgedacht systeem van mode en vermommingen ontwikkeld, dat zich constant verandert en vernieuwt. Racisten gebruikten de duidelijke verschillen in huidskleur als middel van discriminatie. Tegelijkertijd werd naakte huid als een soort superteken voor aantrekkelijkheid. Of men nu boekhouder is of topmodel: Wie in de maatschappij erkend wil worden, heeft naast een getraind, slank lichaam ook een perfecte huid nodig. Daarbij ontstaat steeds een enorm contrast tussen het nagestreefde “natuurlijke” uiterlijk en het goed geproportioneerde artefact, dat wij uit onze lichamen hebben gemaakt.
Eigenlijk was het slechts een kwestie van tijd, totdat men zich met een zelfgemaakt luxe lichaam ook op straat naakt kon vertonen. Maar nu is het zover. Wie niet weet, wat hij zal aantrekken, trekt gewoon niets aan. “Nude Look” is het modeadvies voor 2010. Nooit werd de beroemde efficiëntiewet van moderne vormgeving, het “minder is meer” meer ernst genomen dan met deze “naakte modestijl”. Net als in de architectuur moderne gebouwen tot op het skelet worden ontbladerd, presenteert zich nu ook de mode en maakt één ding duidelijk: “Onder onze kleren zijn we allemaal naakt”. Zo verhullen en ontbloten lichte, chiffonachtige stoffen in warme poederkleuren, die reiken van het tedere roze van de Engelse theeroos, via champagnekleuren tot de echte “vleeskleuren”, het lichaam en changeren tussen kledingstuk en het en plein public beleefde “nudisme”. In het bijzonder in de showbusiness wordt het nieuwe minimalisme met overgave uitgeoefend. De jonge ster Scarlett Johansson accentueert met de “Nude Look” haar vrouwelijke vormen en haar zuivere, jeugdig-onschuldige sex-appeal net als de niet minder aantrekkelijke actrice Angelina Jolie, die zich tijdens het Filmfestival in Cannes in de nieuwe modekleur presenteerde. Haar Versace-robe in gedempt roze, dat aan zacht blozen deed denken, omhulde het lichaam van de beroemde seksbom, terwijl tegelijkertijd een gewaagde split haar welgevormde benen vrijliet. Daarbij was haar pruilmond met knalrode lipstick geaccentueerd en vormde zo een contrast met het verder gewild kleurloze optreden.
Geen wonder dat Jolie, die zoals bekend graag zwart draagt, op de nieuwe kleuren zet. Want net als zwart, wit of grijs zijn deze poederachtige beige tinten geen echte kleuren, tenminste niet, als zij door een blanke Amerikaanse worden gedragen. Zij representeren eerder de afwezigheid van kleur, omdat de jurk en de draagster qua kleur bij elkaar in de buurt komen. Er ontstaan een knappe wisselwerking tussen ontbloting en verhulling, lichamelijkheid en ontlichaming. Een spel, waarin de Britse actrice Tilda Swinton erg goed is. De actrice, die zich met haar masculiene kapsels graag androgeen voordoet, ensceneert bewust de oplossing van de eigen vormen in plooien uit vloeiende, huidkleurige stoffen. Zij stileert zich tot mode-icoon, doordat het lijkt of zij tegelijkertijd lichaam en jurk weergeeft. Met dit ongewone optreden presenteert de diva zich als onbenaderbaar kunstwezen – als legendarische fabelfiguur, zoals wij die ook uit haar films kennen.
Doch ondanks al het moderne minimalisme zijn er ook in het verleden voorbeelden te vinden voor een dergelijke modieuze durf. Helemaal vooraan de chemise, die rond 1800 opkwam en eveneens als “naaktmode” werd bestempeld. Modebewuste dames in het Napoleon-tijdperk droegen onder de borst geplooide, ragfijne katoenen jurken over huidkleurige onderkleding. De voorgewende naaktheid zorgde indertijd natuurlijk niet alleen voor bewondering, maar ook voor verontwaardiging en openlijke afkeuring. Maar de misgunstige opmerkingen maakten weinig indruk op de modebewuste dames zoals bijv. Napoleon’s vrouw Joséphine en de beroemde gezelschapsdame Juliette Recamier. Zelf bij koel weer droegen zij de luchtige kleding, die meestal uit ragfijn katoenen mousseline of batist waren vervaardigd, en liepen naast gewone verkoudheden soms ook gevaarlijke longontstekingen op, ziektes, die snel samengevat werden onder het veelzeggende begrip “mousselineziekte”. De meestal zeer jonge vrouwen lieten zich noch door ziekte, noch door schandalen van de nieuwe mode afhouden. Zo belangrijk was deze modieuze vorm der bevrijding blijkbaar. De met pessimistische uitingen ten opzichte van het moderne beroemd geworden Amerikaanse socioloog Richard Sennett ziet dit uiteraard kritischer. In zijn theorie over de tirannie van de intimiteit komt hij tot de conclusie, dat vóór 1750 de openbaarheid op een toneel leek, waarop ieder zich dienovereenkomstig zijn status en rang diende te maskeren. De mensen uit die tijd speelden naar zijn inschatting rollen zoals meester en dienaar en waren zich steeds bewust over deze enscenering. Maar toen werd het spel ernst. De decoratieve tekens en vermommingen werden algemeen bezit en daarbij vrij verkrijgbaar. Vandaag de dag gebruikt ieder dit tekenreservoir voor zijn persoonlijke enscenering, dat door zijn omgeving ijverig wordt bestudeerd en geïnterpreteerd. Elke tatoeage en elk accessoire zou niet alleen als teken gelden, maar ook als “echte” uitdrukking van het betreffende individu. “Hoe eenvormiger de lichaamsbeelden werden, des te serieuzer die door mensen als aanwijzing naar de persoonlijkheid worden gezien”, geloofd Sennett.
Hoe serieus, weet vooral de in Italië geboren actiekunstenares Vanessa Beecroft. Uitgaande van haar eigen eetstoringen wijdt zij haar performances aan de huidige lichaamsbeelden. Haar ensceneringen met grotendeels naakte vrouwen herinneren slechts op het eerste gezicht aan mode-shootings of catwalk-presentaties. Eerder thematiseert zij met haar tableaux vivants naakte vrouwen, die alleen met een transparante panty of met hoge laarzen zijn bekleed, zelfvernietiging, erotiek, modewaan en het grenzeloze verlangen naar bevestiging en bewondering. Als “minimalistische sculpturen” beschrijft zij haar ensceneringen, waarbij zich niet alleen haar vertolkers ontbloten, maar ook de toeschouwers. Niet, omdat zij zich moeten uitkleden, maar omdat zij steeds deel van het opgevoerde stuk worden, en zich onvermijdelijk als voyeurs moeten voelen.
En dat is het dilemma met de openlijke naaktheid. Hoewel wij hen stiekem geïnteresseerd observeren, voelen wij ons in de aanwezigheid van alle ontbloten toch uiterst onbehagelijk. Maar omdat ook de “Nude Look” slechts een modeverschijning zal blijven, moeten wij ons de pret niet laten drukken. Het is toch maar een spel “voor de nieuwe kleren van de keizer”. En één ding wist Immanuel Kant al: “Het is altijd nog beter een nar te zijn die in de mode is, dan een nar te zijn die het niet is.”