Transforming a classic

Wat een klassieker is en wat niet, daarover kann uitstekend worden getwist. Oorspronkelijk stamt het begrip uit het Romeinse belastingrecht uit de keizertijd. De classis maakte deel uit van de hoogste belastinggroep. Het adjectief classicus wordt later door de Romeinse schrijver Aulus Gellius (rond 175 n. Chr.) in de literair-esthetische rede gebruikt. Vanaf hier werkt het in op alle terreinen van creatieve bezigheid. Het is de aanduiding voor een normbepalende, erkende kunstperiode geworden, die intussen echter inflatoir en voor representanten en werken van de meest uiteenlopende periodes en genres gebruikt wordt.

KLASSIEK ALS CONCEPT
Het begrip klassiek wordt vaak gebruikt om historische epoques te idealiseren. Als klassieke periode van het antieke Griekenland geldt de tijd tussen de Ionische opstand tegen de Perzische hegemonie (500 v. Chr.) tot aan de Peleponnesische oorlog (tot 431 v. Chr.). In deze periode werden de bases voor de westelijke filosofie, geneeskunde, architectuur, literatuur, het theater en de politieke constitutie gelegd. Ook het verschil dat Aristoteles maakte tussen vorm en materie, dat ook belangrijk is voor het design, gaat terug naar deze tijd. Wanneer in Duitsland sprake is van klassiek, betreft het de klassieke periode uit de 18e eeuw, met Wieland, Goethe, Schiller en Herder, een dialogische uiteenzetting met politiek en esthetiek uit de tijd na de Franse Revolutie. Ofwel er wordt de muzikale Weense klassieke periode mee bedoeld. De periode die door Haydn, Mozart en Beethoven gekenmerkt werd en die intussen – omdat dat gemakkelijk en populair is – als begrip van de klassieke muziek gelijk verschillende historische epoques van klankvormgeving behelst.
Als je Tara, de kraan die in 1991 ontstond en waarvan het archetypische karakter door de fabrikant Dornbracht en vormgever Sieger Design met zorg omringd werd, als klassieker aanduidt, dan kan dat in de overgeleverde zin van het begrip aanvankelijk problematisch lijken. Tot voor kort was de terminus van het “duurzame design” wijdverbreid, maar veel duurzame ontwerpen verdwenen de laatste tijd geruisloos van de markt. Zelfs het traditionele begrip klassiek is achterhaald. Want werk aan de klassieker, werk aan de mythe is mogelijk. Een object kann de cultstatus worden toegekend en weer worden ontnomen. Bij normen bestaat het risico van stagnatie. De klassieker bezit echter het potentieel van de aanpassing aan veranderde gegevenheden. Hij staat open voor een betekeniswijziging. De oorzaak voor deze classificatie is niet onzorgvuldig taalgebruik, maar de verandering van de wereld, bij voorbeeld door digitalisering, door steeds nieuwe producten en afzetkanalen. Ook bij de TARA is er al lang een TARA ULTRA en dienovereenkomstig een TARA CLA SSIC . Gebruik en inhoud van het begrip zijn aan snelle wijzigingen onderhevig. Het attribuut dat beweert dat een product, een dienstverlening of een belevenis klassiek is, hoort tot de reclamebeloften waarvan de betekenis relatief duidelijk lijkt.

KLASSIEK ALS PROJECTIE
Klassiekers nemen in de geësthetiseerde levenspraktijk een vooraanstaande plaats in. Karsten Hintz,die bij het Bauhaus-Archiv in Berlijn verantwoordelijk is voor de shop, schrijft in een bijdrage voor het boek “Bauhaus” (uitgevers Jeannine Fiedler en Peter Feierabend, Keulen, 1999), overduidelijk, “ons beeld van het Bauhaus is gevormd door nagebouwde modellen”. En verder: “De keuze van vervaardigde objecten heeft te maken met onze huidige esthetiek, evenzeer als de veranderingen die werden uitgevoerd.” Het meest opvallend is dat bij de stalenbuisstoelen van Breuer die in de 20-er jaren van de vorige eeuw “oorspronkelijk met stof bespannen waren – en nooit met leer”. Deze kon sterk gekleurd zijn, zoals het gelakte frame; “tegenwoordig misschien te pretentieloos en levendig voor een klassieker”. Verder schrijft Hintz: “Geen Bauhaus-product is meer aan het fetisjisme en de knieval voor het origineel blootgesteld dan de Bauhaus-lamp. Maar juist hiervan bestaat “het” origineel niet. Pas het re-design werd klassieker: De tegenwoordig zo veel geciteerde verhouding van alle delen werd in 1980 ontwikkeld, toen Wagenfeld de lamp bewerkte.” En zelfs deze bewerking is later – ten faveure van het product en zijn koper – verder veranderd en verbeterd. Het beeld van een klassieker: dit ontstaat niet in de laatste plaats in het hoofd van de waarnemer. “Geometrische basisvormen, primaire kleuren en abstractie,” schrijft de designhistorica Gerda Breuer in haar boek “De uitvinding van de moderne klassieker” (Stuttgart, 2001), “hoorden in de 60-er jaren tot de nieuwe conventies van een kunstenaars avantgarde die zijn elementen voor een autonome vormspraak vastlegde.” Ze beschrijft daarmee de tijdgeest van een periode, die ons beeld van de avant-garde van de jaren 20 uit de vorige eeuw in belangrijke mate vormde, doordat ze hieraan refereerde.

ZELFGELIJKENIS ALS CONCEPT
In de auto-industrie groeiden klassiekerkwaliteiten door duurzaamheid van de producten, ondersteund door een evolutionair designbegrip. Veel autofabrikanten proberen de artistieke erfenis van een model in de opvolger door te laten werken. Met de Nissan “Figaro” – een gelimiteerde editie van 1991 – ontstond het idee, in het autodesign historische tijdperken te citeren. De VW New Beetle 1998 en de New Mini van 2001 zijn de eerste serie-autos, die zich op klassieke concepten baseerden. De Mini, 50 jaar
geleden ontstaan, werd naar het heden getransformeerd, als basis van een dynamisch lifestyle-merk. Klassiekers zijn niets statisch. Zodra hun buitengewone bestaan geen erkenning meer uitdrukt maar losmaking van de realiteit, moeten zij zich veranderen. In zoverre hebben klassiekers een transformatie nodig, soms ook de radicale betwijfeling zoals designers als Alessandro Mendini en recentelijk ook Marten Baas en Martino Gamper getoond hebben, door het ontwerp met vuur en zaag te lijf te gaan. Zo ensceneert TARA nu met wit en zwart de abstracte kleuren van de 60-er jaren, bedenkt een nieuwe avant-garde voor ons en laat ons er veranderd uit te voorschijn komen.