Rituele architectuur in de badkamer

Hoe moet een ruimte ingericht zijn, die niet alleen dient voor de lichaamsreiniging, maar ook de regeneratie van lichaam en geest mogelijk maakt? Die in het steeds hectischer wordende dagelijkse leven een plaats van ontspanning vormt, waarin men nieuwe energie kan opdoen? Een gesprek met Mike Meiré, de architect van de wereld van MEM.

UITNODIGING OM TE VERTOEVEN
De wereld van MEM wordt voorgesteld in een ideale omgeving, die niets meer gemeen heeft met de wit betegelde natte cel van zeseneenhalf vierkante meter, die in onze streken de standaard- badkamer geworden is. Hiervoor voorzagen architecten in de plattegrond tot nu toe meestal een bijruimte langs de enige installatiewand – goedkoop en in de eerste plaats functioneel moest de ruimte zijn, omdat bezoekers deze ruimte toch niet te zien kregen. Waarom zou men in de badkamer, die in tegenstelling tot de woonkamer of keuken geen representatieve doeleinden heeft, waarde hechten aan royale ruimte, aan hoogwaardige materialen of goed licht? Omdat de badkamer de enige ruimte is, waarin men ongestoord en in alle rust tot zichzelf kan komen, doordat het eigen lichamelijke en geestelijke welzijn centraal staat. De mens en zijn reinigingsrituelen plaatste Mike Meiré in het middelpunt van zijn overwegingen met betrekking tot de door Sieger Design ontworpen MEM – en concipieerde in de voorbereiding van de concrete productontwikkeling een volledig nieuwe badkamerarchitectuur. Kristina Raderschad in gesprek met Mike Meiré.

K.R.: Wat vormde voor u het uitgangspunt voor de overwegingen met betrekking tot de door Sieger Design ontworpen kranenserie MEM?
M.M.: In het kader van het “Energetic Recovery System” heb ik enkele jaren geleden een soort informatiebron ontwikkeld, die een idee van de badkamer van de toekomst moet schetsen. Daarbij ben ik er mij bewust van geworden, dat er een ander niveau van reiniging bestaat, die de badkamer mogelijk moet maken: naast de zuiver lichamelijke ook een geestelijke reiniging. Een niveau, dat nog verder gaat dan wellness in de gangbare betekenis en dus verder gaat dan body treatments langs de buitenkant: het gaat veeleer om een proces van heling, om re-balance, het gaat erom, nieuwe krachten en energie op te doen. Pas wanneer de badkamer ook deze ideële functies vervult, wordt ze een culturele plaats.

K.R.: Hoe moet een dergelijke badkamer ingericht zijn, die de regeneratie van lichaam en geest mogelijk maakt?
M.M.: De badkamer is de enige plaats in het huis, die de mogelijkheid biedt om zich in zichzelf terug te trekken, rust te vinden, met zichzelf in het reine te komen. Daarom was voor mij het aspect van de dematerialisatie belangrijk, een spirituele leegte in de plaats van een volgestouwde ruimte. De kamer op zich wordt als kostbaar goed gedefinieerd, dat zoveel mogelijk onaangetast blijft, maar geladen wordt met sfeer. Ik heb een ruim gedimensioneerde kamer geconcipieerd, waarin de producten optisch op de achtergrond treden. Daarbij mogen de plattegrondverdeling noch de weergegeven elementen van de meubilering dogmatisch worden opgevat. Ze fungeren, geheel in tegendeel, als plaatshouder van een idee. Iedere vorm van design moet zich terugtrekken, om rust te produceren. Mezelf vinden, mijn innerlijk bij wijze van spreken binnenstebuiten keren, kan ik alleen in een zo neutraal mogelijke ruimte, die geen vormesthetisch statement maakt, dat mij afleidt of belast.

K.R.: De badkamer wordt dus een soort kloostercel?
M.M.: De basisgedachte lijkt er erg op, maar zonder het aspect van zelfkastijding en volledige isolatie van de buitenwereld. Ik sluit in mijn ontwerp de complexiteit van de wereld niet uit, maar ik integreer in tegendeel haar poëtische kwaliteit in de vormgeving van de kamer – en creëer een uitzicht vanuit de badkamer op een soort paradijstuin, die de veelzijdigheid van de wereld symboliseert. Er is dus een vorm van minimalisme ontstaan, die echter tegelijkertijd een vorm van poëzie van het dagelijkse leven toelaat; een kamer die leeg is en toch zinnelijk. De badkamer wordt een soort capsule, waarin men kan stilstaan en vertoeven – en niet gewoon even tien minuten doorbrengt.

K.R.: Wat zijn – naast de reeds aangehaalde paradijstuin – de essentiële elementen van het ruimteconcept?
M.M.: De architectuur moet zo veel mogelijk vanzelfsprekend zijn, vandaar de keuze voor een lange rechthoekige plattegrond. Zonder naar rechts of links afgeleid te worden, kan men door de kamer lopen, die zich aan de hand van een vast verloop van dagelijkse reinigingsrituelen organiseert. Als men deze rituelen bewust uitvoert, worden ze een soort meditatie en daardoor zijn ze de sleutel tot het welzijn. Langs de muur leidt een lineaire wastafel met ruim bemeten aflegvlak in de kamer. Hier vinden de rituelen van het verzorgen en het opmaken plaats. Aan de frontmuur van de kamer is een waterbekken in de vloer verzonken. Het baden wordt een ritueel: in de plaats van omhoog in de badkuip te stappen, laat men zich – zoals in oude herenhuizen – omlaag glijden in de vloer. Warm water borrelt op uit de muur zoals uit een bron, die het bekken vult. Langs boven komt een zachte regenbui naar beneden, uit een douche, die als dusdanig niet meer te herkennen is. Gereduceerd tot een in het plafond geïntegreerde rechthoekige plaat, definieert het product zich nog slechts als interface in de architectuur. Vanuit de badkuip dwaalt de blik naar een atrium met de reeds genoemde paradijselijke tuin. Na het bad neemt men op de houten plank naast het bekken plaats. Het klaarliggende kussen en het wierookstokje nodigen uit tot het ritueel van het vertoeven: men steekt het stokje aan, richt zijn aandacht op de enkele belangrijke details van de architectuur, neemt de tijd om waar te nemen, na te denken, te ontspannen. Daarbij gaat het wederom niet om het concrete kussen of wierookstokje, maar om de vraag: kan men een ruimte creëren, die ideële functies mogelijk maakt, zoals bijvoorbeeld die van het stilstaan en nadenken – kan men een ruimte creëren, die uitnodigt tot een bewustzijnsvorming?

K.R.: Welke rol heeft in dit verband het licht, dat uit schijnbaar toevallig aangebrachte ronde gaten in het plafond valt?
M.M.: De ronde “lichtgaten” in het plafond hebben hetzelfde doel: als men op het daybed gaat liggen – dat eveneens lijkt te zweven, om de lichtheid, die men na het baden voelt, het losgemaakt zijn van de dagelijkse beslommeringen, een soort floating te verduidelijken – drukken ze een uitnodiging tot reflectie en meditatie uit. Wie al eens een keer op het hete marmerblok in het midden van een oosterse hamam heeft gelegen, met de blik naar het plafond, dat geperforeerd is met ontelbare, soms van gekleurd glas voorziene lichtopeningen, kent het ongelooflijk rustgevende, bijna hypnotiserende effect. Algemeen is het licht van fundamenteel belang in een ruimte, waarin wij ons ook naakt goed willen voelen en die wij ’s morgens als eerste en ’s avonds als laatste betreden. Verschillende lichtscenario’s beantwoorden aan de verschillende stemmingen ’s ochtends en’s avonds – het licht is dan weer stimulerend, dan weer ontspannend.